Veiligheid vs communautair gelul
maart 5, 2010
De voorbije weken barstte de discussie omtrent de veiligheidsproblematiek in Brussel volledig los. Was er geen overval, dan gebeurde er een schietincident met kalasjnikovs of vond er een schoolemigratie van Kuregem naar het centrum van Brussel plaats.
De Vlaamse politici gooiden zich dan maar als ware leeuwen in de strijd om het Brusselse veiligheidsprobleem aan te pakken. Hun strategie om de zes bestaande politiezones te fuseren deed weliswaar veel stof opwaaien. De Brusselse burgemeesters, gesteund door de “pregepensioneerde” minister-president Charles Piqué (PS), vermoedden immers een verborgen communautaire agenda en lieten dit idee, dat de toestand zou kunnen vergemakkelijken, dus maar al te graag aan zich voorbijgaan. Daar duikt het spook van de verdeling van postjes op. De eeuwenoude ‘verdeel en heerstactiek’ van de actuele, lokale bewindvoerders staat het uittekenen van toekomstgerichte veranderingen nog steeds in de weg.
Wanneer de Vlaamse zijde met een voorstel op de proppen komt, dan wordt ze telkens opnieuw verdacht van een geheime agenda. Want het enige waar Vlaanderen naar op zoek is, is om de Franstalige macht aan banden te leggen. Als men de korpsen fuseert, dan rijst de vraag automatisch of de gemeenten dan ook niet beter zouden samensmelten en is er dan nog nood aan 19 burgemeesters? Je voelt het al aankomen, er zouden heel wat mandaten op de helling komen te staan, dus wordt een eventuele oplossing bestempeld als communautair en daarmee is de kous dan ook af. Maar is het behoud van een paar gemeentelijke mandaten dan belangrijker dan het realiseren van een betere ééngemaakte toekomst?
Eerlijkheidshalve moeten we bekennen dat niet alleen de politie mea culpa moet slaan. Zij slagen er immers relatief goed in om de boefjes en bandieten uit het straatbeeld te laten verdwijnen. Jammer genoeg raakt de weegschaal van Vrouwe Justitia uit balans en staan criminelen, groot en klein, binnen het uur al weer op straat. Franstalige politici, zoals Moureaux (PS)en Thielemans (PS) die stellen dat er geen vuiltje aan de lucht is en die de gebeurtenissen in Brussel afdoen als ordinaire ‘faits divers’ zouden in de toekomst beter tweemaal nadenken alvorens onzin uit te kramen en overbodige decibels te produceren. Misschien beseft de top van de Franstalige socialisten niet eens dat ze met hun uitspraken over geweld en criminaliteit een ware zoektocht organiseren naar een nieuwe extremist aan de rechterzijde. Of recht voor de raap: een Brusselse Filip Dewinter kunnen we missen als de pest.
Pascal Smet (sp.a) trok dus met recht en rede van leer tegen de Brusselse bestuurders. Zijn uitval aan het adres van Picqué kon hoogstwaarschijnlijk op een meer diplomatische manier, maar zette zijn statement wel kracht bij, want als puntje bij paaltje komt, heeft Smet wel gelijk. Men kan en mag het antwoord op deze problematiek niet beperken tot meer blauw op straat. De oorzaken die aan de grondslag liggen van dit probleem moeten dringend worden aangepakt . De tijd van laissez faire en laissez passer is nu wel onverbiddelijk voorbij; het voeren van doordachte actie met visie en stabiliteit voor de volgende decennia is meer dan ooit prioritair.
De oplossing voor deze problematiek is drievoudig en simpel. Iedereen is het er over eens dat men faciliteiten moet voorzien, zodat men veroordeelde criminelen kan opsluiten. Maar extra gevangenissen bouwen kost geld, veel geld, en net daar wringt voor de schatkist het schoentje. Daar komt dan nog eens bij dat velen voorstander zijn van dit idee, zolang het maar niet in hun eigen achtertuin plaatsvindt.
En zou men ook niet beter werk maken van een (beter) sociaal – economisch beleid in plaats van maatregelen te treffen die slechts een marginaal effect hebben, zoals documenten laten betekenen door deurwaarders in plaats van door agenten? Ondermeer de spijbelproblematiek moet eens hardhandig worden aangepakt. In België moet men naar school gaan tot wanneer men de leeftijd van 18 bereikt, en toch zijn er in Brussel zo een 619 minderjarigen niet ingeschreven in een school. Dus kampt Brussel met veel criminele minderjarigen. Deze jongeren dolen dan maar rond in de straten en worden dikwijls door meerderjarige delinquenten gerecruteerd omdat ze in principe tot hun 18 jaar straffeloos zijn. Maar liefst 23 procent van de gevatte daders van overvallen zijn minderjarigen!
Maar dat is nog niet alles. De politieke verantwoordelijkheid voor de problematiek in Brussel reikt verder. Onze hoofdstad moet immers afrekenen met dramatische werkloosheidscijfers. Het huidige regeerakkoord belooft wel werk te maken van de activering van werkzoekenden en zal meer middelen vrijmaken voor de individuele opvolging en opleiding van mensen die op zoek zijn naar een job. Maar in het verleden werd het werkbeleid, dat een gewestbevoegdheid is en dus onder de bevoegdheden van Picqué staat, grotendeels verwaarloosd. De vraag van Smet of Picqué op prepensioen was, kwam dus zeker niet uit de lucht gevallen.
Kortom, laat het duidelijk zijn dat de problematiek van het hoofdstedelijk gebied complex en multidimensioneel is en dat de klok ondertussen vijf voor twaalf is voorbijgetikt. De roep naar meer politieke wil en een beter functionerende justitie klinkt met de dag luider. Geen of nauwelijks gehoor (en gevolg) geven aan deze alarmkreet zou menselijk, bestuurlijk en politiek deontologisch totaal onverantwoord zijn.